![]() | Turfvervoer over water Halverwege de 18e eeuw zijn er twee scheepstimmerwerven in Moordrecht. Eén van de familie Koot, deze is waar de Dorpsstraat over gaat in het Westeinde, vroeger was hier een buurtje "De Wijk" en een scheepshelling. Eerst Abraham Koot en later Klaas Koot. De andere was van familie Bloot en deze was tusen het dorp en de Snelle polder. De schepen die gebouwd werden waren Veen- en Turfschepen voor het vervoer van turf naar de steden Leiden, Rotterdam en Gouda. Een voorbeeld van zo'n schip is de "Praam". |
![]() | Wolindustrie In 1808 wolkammerij van de gebroeders Francois In 1843 waren er in Moordrecht 3 Wolkammerijen, hier werkten totaal 26 personen. De grootste was van Nicolaas Jan Francois, zoon van een wolfabrikant in het begin der negentiende eeuw. In zijn fabriek werkten in 1845 21 personen. Vanaf 1853 is dit de laatste overgebleven wolfabriek. Vanaf 1862 wordt er ook passemant geproduceerd, blijkbaar met veel succes, het aantal werknemers wordt verdubbeld, van 11 naar 22 en het jaar daarop naar 30 werknemers. Na 1871 zijn de beste jaren in deze bedrijfstak voorbij. Kort na het overlijden van de heer Francois in 1874 wordt de fabriek opgeheven. |
DE GRUTTER
![]() | Rosmolen Familie Overreijnder In 1808 was er slechts één grutter in het dorp, dit was Klaas van Diemen. Een moordrechtse grutter was Johannis Overreijder, in 1843. Hij heeft ook een Grutmolen, ook wel Rosmolen genoemd. Woonhuis en molen zijn afgebrand in 1845, maar daarna toch weer opgebouwd. Onder grutterij kan men twee dingen verstaan. In de eerste plaats het bedrijf, ook wel grutmolen genoemd, waarin grutten gemaakt werden, d.w.z. waar de zaadkorrels van boekweit en bepaalde graansoorten (gerst en haver) in kleine stukjes werden gebroken. In de tweede plaats de winkel, waar grutterswaren verkocht werden: behalve de grutten zelf ook andere droge waren, zoals erwten en bonen, vogelzaad en meel. De grutter was eveneens zowel de man, die grutten maakte (ook wel gorter, grut- of gortmolenaar of boekweitmulder genoemd), als de winkelier, die ze verkocht. Vaak gingen deze beroepen ook samen. In een grutterij werd voornamelijk boekweit tot grutten gebroken. Dit was goedkoop voedsel en werd als pap gegeten. De boekweit werd in de grutterij eerst op een eest gedroogd. Op de eest is de bast al voor een deel gesprongen, hij wordt nu van de gepelde korrel losgemaakt en de zo gepelde korrel wordt tegelijkertijd gebroken tussen de breekstoel aangedreven door de rosmolen. |
![]() | Korenmolen Familie Trompert Na 1654 kwamen er drie generaties Trompert, de eerste was Hendrik, opgevolgt in 1695 door Cornelis en na hem Anthony Trompert. In 1809 wordt de korenmolenaar Arie den Boer, getrouwd met Adriana Hermina Gabry. In het jaar 1821 gaat de korenmolen naar familie Vrijlandt, vader Izaak en na hem zijn zoon Cornelis Vrijlandt en daarna kleinzoon Isaak Vrijlandt. Cornelis Vrijlandt is geboren in 1799 en getrouwt met Magdalena Koolen. De oudste zoon is Isaak, geboren in 1825. Isaak was getrouwt met Klazina Wilhelmina Exalto. In 1867 wordt de molen gesloopt en gaat men over op een stoom-maalderij. Isaak blijft wel korenmolenaar tot 1874. Vanaf 1910 woont hier Fam. Six |
![]() | Wagenmakers-familie Vollebregt In 1839 is Gerrit Vollebregt 26 jaar en Wagenmaker in Moordrecht, hij is getrouwd met Maria Oudijk en ze hebben een zoon: Matthijs Carel Vollebregt, geboren op 5 april 1844 in Moordrecht. Deze werkt mee in het bedrijf van zijn vader en als vader Gerrit in 1880 op 68 jarige leeftijd er mee stopt, gaat Matthijs nog door tot zeker 1895 als Wagenmaker in Moordrecht. |