DE GRUTTER
Rosmolen Familie Overreijnder
In 1808 was er slechts één grutter in het dorp, dit was Klaas van Diemen. Een moordrechtse grutter was Johannis Overreijder, in 1843. Hij heeft ook een Grutmolen, ook wel Rosmolen genoemd. Woonhuis en molen zijn afgebrand in 1845, maar daarna toch weer opgebouwd.Onder ‘grutterij’ kan men twee dingen verstaan. In de eerste plaats het bedrijf, ook wel grutmolen genoemd, waarin ‘grutten’ gemaakt werden, d.w.z. waar de zaadkorrels van boekweit en bepaalde graansoorten (gerst en haver) in kleine stukjes werden gebroken. In de tweede plaats de winkel, waar ‘grutterswaren’ verkocht werden: behalve de grutten zelf ook andere ‘droge’ waren, zoals erwten en bonen, vogelzaad en meel. De grutter was eveneens zowel de man, die grutten maakte (ook wel gorter, grut- of gortmolenaar of boekweitmulder genoemd), als de winkelier, die ze verkocht. Vaak gingen deze beroepen ook samen. In een grutterij werd voornamelijk boekweit tot grutten gebroken. Dit was goedkoop voedsel en werd als pap gegeten. De boekweit werd in de grutterij eerst op een eest gedroogd. Op de eest is de bast al voor een deel gesprongen, hij wordt nu van de gepelde korrel losgemaakt en de zo gepelde korrel wordt tegelijkertijd gebroken tussen de breekstoel aangedreven door de rosmolen.



